ADRES GEGEVENS   
BALIJELAAN 27 | 3521 GK UTRECHT | TELEFOON 030 294 36 06 | FAX 030 296 32 54

ARTROSE VAN HET BASISGEWRICHT VAN DE DUIM (CMC)

Terug naar handtherapie

 

Artrose van de duim (= Artrose CMC1)

Artritis en artrose zijn aandoeningen van de gewrichten. Normaal gesproken zijn de uiteinden van de botten in een gewricht bedekt met kraakbeen, dat ervoor zorgt dat de botten soepel en pijnloos over elkaar heen schuiven. Bij artrose (degeneratieve artritis) slijt het kraakbeen en gaan de botten tegen elkaar wrijven. Er ontstaan klachten.
De duim is een bijzonder onderdeel van onze hand. Het basisgewricht van de duim (=CMC1) heeft veel bewegingsvrijheid en geeft onze hand de mogelijkheid om te grijpen, kleine dingen vast te pakken of iets op te tillen (zoals een boek). Om deze bewegingen uit te voeren hebben we mobiliteit, stabiliteit en kracht in de duim nodig.
In de hand ontstaat artrose vaak in het basisgewricht van de duim. Door de slijtage treden er vaak pijn en instabiliteit op, met als gevolg een minder functionele hand.

Kenmerken van artose van de duim

  • Begin stadium van artrose ontstaat er pijn bij het inititieren van een beweging/activiteit, vnl. bij iets vastpakken tussen duim en vingers. Deze pijn verdwijnt wanneer iemand een tijdje in beweging is.
  • Later stadium van artrose is er vaak pijn tijdens bewegen en in rust
  • Grijpfunctie van de hand/duim is beperkt en veroorzaakt een scherpe pijn in de basis van de duim
  • “kraken” (crepitaties) in het gewricht bij bewegen
  • Zwelling
  • Stijfheid en bewegingsbeperking in de duim (vnl. de strekking in de duim)
  • Krachtsverlies
  • Vrouwen krijgen deze aandoening vaker dan mannen
  • Aandoening treedt meestal na het 40e levensjaar op
  • Eerder trauma (zoals breuken/verstuikingen) vergroten de kans om later artrose te krijgen

Oorzaken van artrose van de duim

  • Leeftijd
  • Eerder trauma waarbij schade/blessure zijn ontstaan zoals breuken/verstuikingen
  • Overbelasting
  • Instabiliteit

Behandeling van artrose van de duim
Bij vroegtijdige ontdekking kunnen de symptomen van de aandoening meestal verdwijnen met niet-operatieve maatregelen zoals fysiotherapie. De therapie zal gericht zijn op het aanpassen van de belasting aan de belastbaarheid van de duim, mobiliseren van de bewegingsbeperking en de functionaliteit van de hand te trainen, evt. een spalkje om de pijn te reduceren en/of geneesmiddelen om de zwelling tegen te gaan.
In ernstige gevallen kan een operatie noodzakelijk zijn.