ADRES GEGEVENS   
BALIJELAAN 27 | 3521 GK UTRECHT | TELEFOON 030 294 36 06 | FAX 030 296 32 54

CARPALE TUNNEL SYNDROOM

Terug naar handtherapie

 

Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) is een vaak voorkomend probleem van de hand. Het CTS is weliswaar geen ernstige aandoening, maar kan veel ongemak en pijn veroorzaken en tot problemen leiden in de werksituatie en dus tot werkverzuim en daarbuiten kan het ook de nachtrust verstoren. Er zijn veel factoren die tot het ontstaan van het CTS kunnen leiden, zoals: vaak herhalen van bewegingen, krachtsuitoefening, ongunstige werkhoudingen, ook vibraties (trillingen) en kou zijn risico factoren. Andere mogelijke risicofactoren zijn o.a.; Diabetes Mellitus (=suikerziekte), zwangerschap, overgewicht, reumatoïde arthritis, vervormingen van de carpale tunnel.
Het CTS wordt veroorzaakt door compressie van de medianus zenuw ter hoogte van de pols.

Symptomen

Hinderlijke tintelingen in de handpalm en vingers. Deze klachten treden vnl. 's nachts op.
Pijn (brandend en vaak optredend bij gebruik/activiteit).
Soms optredende gevoelsstoornis en tintelingen in het gevoelsgebied van de zenuw. In dit geval de N. Medianus
Bij toenemende compressie is er vaak sprake van constante pijn, spierafname, gevoelsstoornissen en krachtsverlies.
De diagnose wordt vooral gesteld op grond van het verhaal van de patiënt. Lichamelijk onderzoek is met name van belang om andere ziekte uit te sluiten. Met name een positief teken van Phalen (tintelingen bij pols buigen) en klachten bij druk op de aangedane zenuw (n.medianus ) zijn aanwijzingen voor het aanwezig zijn van CTS. Tevens is gevoelstoornis en verzwakte gebruik van de knijp beweging in de duim zijn bruikbaar. Om de diagnose zo zeker mogelijk te stellen kan diagnose ondersteund worden door de resultaten van zenuwgeleidingsonderzoek (=EMG).

 


 

Behandeling

De behandeling van milde symptomen bestaat uit conservatieve maatregelen zoals anti-ontstekingmiddelen middelen eventueel gecombineerd met een (nachtelijke) spalk/brace. Vaak kan door deze aanpak al een verbetering ontstaan. Als na 6 weken geen effect is bereikt, heeft het geen zin het dragen van de spalk voort te zetten.
Bij ernstiger symptomen kan behandeling bestaan uit een lokale corticosteroïd injectie. Uit onderzoek is gebleken dat deze interventie goed werkt op de korte termijn (77% herstel bij 1 maand tot 35% na 1 jaar).
Bij het aanhouden van de klachten of bij zeer ernstige klachten kan een operatie uitkomst bieden. Gedurende de operatie wordt een snede gemaakt aan de palmzijde van de hand t.h.v. de pols. Daaronder bevindt zich een strakke band (transvers carpal ligament of retinaculum flexorum) wat gekliefd wordt. Daarmee wordt de druk op de n. medianus vermindert en zal de irritatie afnemen. Omdat de zenuw tijd nodig heeft om te herstellen (vanwege de eerder doorgemaakte compressie), is het soms mogelijk dat er nog restklachten zijn. De arts kan u mogelijk voor therapie verwijzen van wie u bepaalde oefeningen kan krijgen en adviezen.
De eerste dagen is het van belang dat u de hand hoog houdt en de hand niet te zwaar belast. Voorzichtige oefeningen een paar keer per dag, binnen de pijngrens, zijn geïndiceerd.
Gedurende 3 tot 6 maanden na de operatie kan u last houden van:
Littekenpijn
Verlies van kracht
Verlies van coördinatie (=handigheid)
Gevoeligheid van de duim- en/of pinkmuis
Gevoelsvermindering (herstel kan langzaam verlopen)
Tintelingen (slechts in geringe mate).